Wessel Stoker (1946) is godsdienstfilosoof en estheticus. Zijn aandacht richt zich vooral op de verhouding cultuur en religie, in het bijzonder kunst en religie, zoals hieronder is te lezen.
Wessel studeerde theologie aan de Vrije Universiteit (Amsterdam). In 1980 promoveerde hij met een onderzoek naar de relatie van Verlichting en christendom inzake de redelijke geloofsverantwoording. Na als wetenschappelijk medewerker aan de VU te hebben gewerkt, werd hij predikant in Tiel (1981), Eindhoven (1987) en Amsterdam (2003).
Vanaf 1993 was hij tevens als universitair docent godsdienstfilosofie verbonden aan de VU en vanaf 2006 als bijzonder hoogleraar esthetica en hoofddocent godsdienstfilosofie en na zijn emeritaat als gasthoogleraar (2015-2019). Hij geeft thans colleges aan de HOVO en is als docent verbonden aan de cursus ‘Theologie voor geïnteresseerden’ (Amsterdam).

Copyright: TJ de Reus

Hij was lid van redacties of redactieraden:

  • Gereformeerd Theologisch Tijdschrift (voorzitter)
  • Sleutelteksten in godsdienst en theologie
  • Theologisch debat
  • Esthetica: tijdschrift voor kunst en filosofie
  • Internationales Jahrbuch für die Tillichforschung
Hij gaf gastcolleges o.a. aan universiteiten in Boedapest, Bonn, Pretoria en Potchefstroom en aan het Institute for Christian Studies in Toronto. Hij verzorgde hoofdlezingen op internationale conferenties zoals die van de European Society for the Philosophy of Religion en van het Mystical Theology Network.
Op verzoek gaf hij adviezen aan verschillende nationale instellingen voor wetenschappelijke onderzoek en was o.a. lid van de begeleidingscommissie ‘religie en geweld’ van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid (2009-2012).
Wat kunst betreft was hij onder meer moderator van het kunstproject 2011-2012 P///AKT (Amsterdam). In 2013 richtte hij Figura Divina op, een collectief van wetenschappers dat aandacht vraagt voor de diepgaande verbinding van kunst en religie (zie voor informatie en bijdragen van Wessel Stoker FiguraDivina.org).

CULTUURTHEOLOGIE: CHRISTENDOM IN EEN SECULIERE CULTUUR

Stokers werk betreft de relatie seculiere cultuur en christendom. Hij is hierbij vooral geïnspireerd door de Duitse theoloog Paul Tillich, mede dankzij zijn deelname aan tal van internationale Paul Tillich symposia in Frankfurt.
Hij doet een voorstel tot herformulering van Tillichs correlatiemethode in een plurale wereld (‘The Correlation of Theology and Art’ 2022). In verband met de relatie cultuur en christendom schreef hij over de Verlichting van de achttiende-eeuw, over de verhouding van religieuze en seculiere zingeving en over rationaliteit en hedendaags christelijk geloof met de focus op geloofsverantwoording in een levensbeschouwelijk plurale wereld. Hij ontwikkelde een ‘typologie van transcendentie’ die als een zoeksleutel dient bij het beschrijven van religieuze en seculiere kunst en filosofie. Deze typologie was het uitgangspunt voor een seminar in Stellenbosch (2009) en voor een internationale conferentie in Amsterdam (2010) (Culture and Transcendence, 2012 en Looking Beyond, 2012).
Wat de kunst betreft besprak hij in zijn Kunst van hemel en aarde, 2012 het spirituele werk van Kandinsky, Rothko, Warhol en Kiefer. Behalve het spirituele in zogenaamde seculiere kunst, onderzocht hij in God opnieuw verbeeld, 2019 ook moderne en hedendaagse kunst met christelijke thema’s (zie voor recensies website Figura Divina.org). Ook in de media is hij aanwezig met o.a. opiniërende artikelen in het dagblad Trouw (zie Trouw.nl/tag/wessel-stoker).

ESTHETICA

Henk Woldring over Stoker en de esthetica in: H.E.S Woldring, Een handvol filosofen (Hilversum: Verloren 2013): 369-373: In het jaar van zijn benoeming, 2006, hield Stoker zijn inaugurele rede, getiteld God, meester van de kunsten. De ondertitel, Een herwaardering van de theologische esthetiek, gaf aan dat Stokers centrale vraag was: ‘wat hebben kunst en religie in onze tijd met elkaar te maken?’ Al kan kunst worden gekenmerkt door waarden als schoonheid en het genoegen dat men eraan beleeft, Stoker vroeg aandacht voor een andere waarde, namelijk dat kunst ook inzichten kan opleveren. Op een andere manier dan de wetenschappen geeft kunst inzicht in de werkelijkheid. Dankzij zijn verbeelding schept de kunstenaar met zijn kunstproduct een ‘eigen figuratie van de werkelijkheid’. Een schilderij, roman, gedicht of een muziekstuk kan ons inzicht verruimen inzake levensoriëntatie en zingeving. Omdat religie ook een levensbeschouwelijke oriëntatie verschaft, betoogde Stoker dat hij een gemeenschappelijke basis had gevonden voor kunst en religie. ‘In beide, in kunst en religie gaat het om inzichten inzake levensoriëntatie, om zingeving’.

Nadat hij het ‘exclusivisme’ had besproken (waarin het christelijk geloof normen stelt voor de kunst) en het ‘inclusivisme’ (waarin cultuuruitingen uiteindelijk zijn te herleiden tot de christelijke religie), verdedigde hij een correlatie: een wederzijdse betrokkenheid van kunst en religie, waarbij de een niet tot de ander wordt herleid, maar aan het eigene van beide recht wordt gedaan. In beide gaat het om wat hij noemde een ‘menselijke bestaansinterpretatie’.
De typering van de relatie tussen kunst en religie als correlatief gaf volgens Stoker tevens aan wat hij met de titel van zijn oratie bedoelde. Hij bedoelde met ‘God, de meester van de kunsten’ in elk geval niet dat God zou worden beschouwd als de ‘leraar van de kunsten’ en dat theologen zouden denken dat zij de normen voor de kunst bepalen.
In de lijn van Ambrosius en Augustinus bedoelde Stoker met de titel van zijn rede dat God in zijn scheppingswerk wordt gezien als de grote kunstenaar. Er zijn kunstenaars die hun eigen scheppingsproces vergelijken met Gods scheppingswerk, en niet ten onrechte volgens Stoker die vervolgde: ‘In kunst kan iets oplichten van een openbaring. God is immers betrokken op heel de wereld, ook op de kunst. Inderdaad, God, meester in de kunsten’.

Stoker wilde de esthetica beoefenen in de traditie van protestantse denkers, met wie hij zich in verscheidene publicaties reeds uitgebreid had bezig gehouden: Schleiermacher, Tillich en Ricoeur. Reflecterend op Ricoeur, wilde hij zijn hermeneutische benadering toepassen op de uitleg van kunstwerken en deed hij met name onderzoek naar het transcendente, zowel in de godsdienstfilosofie als in de postmoderne schilderkunst.
Gedurende zijn hoogleraarschap heeft Stoker met zijn bachelor- en master colleges het vak esthetica in de drie faculteiten [Filosofie, Theologie en Letteren] zichtbaar gemaakt.
In december 2011 hield hij zijn afscheidscollege, getiteld 'Het schone en het sublieme, de kunst van religieuze kunst'. Hij betoogde onder meer dat schoonheid zowel in de theologie als in de kunst een belangrijke waarde is, maar dat zij te smal is om een verbinding tussen deze twee te leggen. Wat valt onder de categorie schoonheid? Indien men het schone (op klassieke wijze) aanduidt met maat, harmonie en glans, dan rijst de vraag of een schilderij dat iets afbeeldt dat niet schoon is (bijvoorbeeld de lijdende Christus) met schoonheid kan worden aangeduid.
Het is veeleer kunst die schokt en verbijstert, en die Stoker aanduidde met het sublieme. Subliem is niet alleen een esthetisch begrip, maar in verband met de lijdende Christus ook een theologisch begrip. Als theologische categorie drukt het sublieme ook uit dat God met de opstanding van Christus het lijden en de dood te niet doet. Daarom noemde Stoker het kruis een voorbeeld van het ‘het sublieme als ambivalentie van schrik en opluchting’.

Over mij

Godsdienstfilosoof en estheticus. Figura Divina oprichter.

Lees hier in meer detail.

Mijn publicaties

Boeken. Bundels. Artikelen.

Zie hier de lijst (een selectie).

Contact

Laat een bericht achter: wesselstoker@hetnet.nl

Gemaakt door Liam Jansen - 2020